Primaat van de politiek en instemmingsrecht
Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
De OR heeft volgens de kantonrechter echter wel instemmingsrecht ten aanzien van de gevolgen van het besluit voor het personeel. Het besluit regelde niet de wijze waarop de werktijdregeling organisatorisch wordt toegepast. Er is niets bepaald over de wijze van rouleren, wanneer de medewerkers hun rooster ontvangen en hoe wordt omgegaan met verhinderingen. Ook regelde het besluit niet de (sociale) gevolgen voor de medewerkers, zoals bijvoorbeeld maatschappelijke verplichtingen en problemen met kinderopvang. Voor dit punt werd geen vervangende toestemming gegeven en het besluit diende daarom te worden aangehouden totdat de OR heeft ingestemd met deze regelingen.
Commentaar
Deze uitspraak bevat interessante punten. In de eerste plaats het overslaan van de bedrijfscommissie. De kantonrechter gaat hier mee akkoord op grond van overeenstemming tussen de partijen. Het gaat hier echter om een dwingend voorschrift. Wellicht kan de bedrijfscommissie meer bereiken dan partijen denken. Hoewel de verplichte tussenkomst van de bedrijfscommissie terecht ter discussie staat, gaat het wel erg ver dat de rechter deze praktisch afschaft. Alleen bij voorlopige voorzieningenprocedures kan deze instantie worden overgeslagen. Het tweede punt is dat de gemeente terugkomt op het ingenomen standpunt dat het openstellen op zaterdag adviesplichtig is. De kantonrechter vindt dat het terugkomen op een standpunt altijd kan, zeker als het primaat van de politiek aan de orde is. Men zou beter kunnen verdedigen dat dit alleen kan bij duidelijke gevallen, zoals overigens hier wel aan de orde was.
Het laatste punt betreft het feit dat weliswaar het politieke primaat aan de orde was, maar dat wel instemmingsrecht geldt voor de regeling van de gevolgen voor het personeel. Dit onderdeel van de uitspraak verdient toegejuicht te worden. Het betekent dat de OR wordt gestimuleerd zich te richten op zijn eigenlijke taak: het verdedigen van de belangen van het personeel. De OR moet zich niet richten op de politieke besluitvorming, maar wel kritisch volgen of de belangen van het personeel goed zijn meegewogen.
Uitspraak: Kantonrechter Middelburg, 3 oktober 2006, JAR 2006/276
Auteur: Guus Heerma van Voss (hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Leiden)












