Meedenken aan de voorkant!
Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
Drijvende kracht achter de partnerschapfilosofie is Pieter de Kroon van de raad van bestuur. Zijn eigen ervaringen met partnerships op de werkvloer deed hij op bij zijn vorige werkgever. ‘Het beviel me, omdat de kwaliteit van het werk verbeterde en het kwam de beleidsvoering ten goede. Eenmaal bij Vanboeijen heb ik me voor dit gedachtegoed sterk gemaakt en is het mondjesmaat – en parallel aan een nieuw missie-visietraject – dwars door de organisatie heen ingevoerd.’
Langzaamaan kreeg het partnerschap zijn vorm. Al doende werd de samenwerking tussen OR en raad van bestuur anders ingevuld. ‘Het contact met het bestuur is professioneler, volwassener, informeler en intensiever’, vertelt OR-voorzitter Marjolein Hoolsema. ‘Te pas en te onpas schuiven we aan, wordt onze mening gevraagd, geven we advies, geven we ongevraagd advies. Als vanzelf kwam de discussie tussen bestuur en OR toen een keer op interactieve medezeggenschap.’
Hoe actief de medezeggenschap is, blijkt uit het initiatiefvoorstel dat de OR enkele jaren geleden het bestuur voorlegde tot verbetering van de kwaliteit van het werkoverleg en monitoring ervan. Nog een voorbeeld: elke maand volgen nieuwe medewerkers een introductieprogramma. De OR krijgt daarbinnen de ruimte te vertellen over de functie, taken en verantwoordelijkheden van de medezeggenschap. Wat in de ogen van OR-voorzitter Hoolsema ook staat voor een innovatieve werkwijze is dat de OR elk jaar al in juni aan het bestuur zijn prioriteitenlijst voor het jaar daarop kenbaar maakt. Verder is er het initiatief van OR en bestuur om een medezeggenschapsconvenant uit te werken. Of interactieve medezeggenschap zich leent voor elke organisatie, instelling of onderneming, is afhankelijk van een aantal factoren. Transparantie is een voorwaarde en een directie of bestuur moet er geen moeite mee hebben een OR van begin tot eind bij alle besluitvormingsprocessen te betrekken. Daar komt bij dat een OR te allen tijde oog moet hebben voor het totaal en bijvoorbeeld niet afdelingsgericht moet zijn.












