De medezeggenschap bij de rijksoverheid is divers geregeld. De vormen variëren van één or voor het departement met daaronder onderdeelcommissies, tot een structuur met vier lagen: departementale or (dor), groepsondernemingsraad (gor), or en onderdeelcommissie. Er is geen formeel medezeggenschapsorgaan dat rijksbreed onderwerpen behandelt. Wel functioneren het tijdelijke interdepartementale Medezeggenschapsplatform P-Direct en het Platform Rijk Ondernemingsraden (PRO). Het laatste voert alleen informeel overleg.
Veel gepraat zonder resultaat? In elk geval ervaren het kabinet, de vakbonden en een deel van de departementen medezeggenschapsdrukte. En dat bedoelen ze niet positief. Het kabinet vindt dat het overleg met de vakbonden en het overleg met de or’s soms door elkaar heen lopen. De vakbonden op hun beurt constateren hiaten in de medezeggenschap en missen een goede regie. Dat moet beter, want het kabinet gaat de bedrijfsvoering van het rijk voortaan ‘concernbreed’ aanpakken. Voor Personeel & Organisatie, Informatievoorziening en ICT, Huisvesting en Facilitymanagement komt rijksbreed kaderstellend beleid, dus niet meer per departement. Daarmee lijkt de zeggenschap geregeld. Maar de medezeggenschap niet.
De Werkgroep medezeggenschap rijk werd ingesteld en gevraagd met aanbevelingen en adviezen te komen. Ze bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers, bonden en het PRO. In het advies pleit de werkgroep voor het instellen van een gor, conform de WOR. Zonder gor moeten rijksbrede onderwerpen immers bij dertien verschillende departementen voor advisering en instemming worden voorgelegd.
De werkgroep schetst de nog op te richten gor Rijk (of gor Rijksoverheid of een andere naam) als volgt. Hij geldt voor de groep ‘departementen’, en voor de diensten die daaronder ressorteren. Instanties als de Hoge Colleges van Staat en de Nationale Ombudsman vallen er niet onder. In formele zin, op grond van de WOR, is de Staat de ondernemer. Maar de feitelijke zeggenschap ligt bij de DG OBR, als stelselverantwoordelijke. Die legt voorgenomen besluiten voor aan de ICBR. Deze interdepartementale commissie maakt helder wie als bestuurder gaat optreden, met welk mandaat, en aan welke overlegtafel de medezeggenschap plaatsvindt. Uitgangspunt is in elk geval dat het standpunt van de gor Rijk van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming.
Voor de invoering van een gor Rijk schetst de werkgroep twee scenario’s. Het eerste scenario gaat uit van onmiddellijke invoering. Mogelijk is dat een brug te ver, omdat de zeggenschap nog niet helder is belegd. Dan is er een andere mogelijkheid: in twee jaar tijd toewerken naar de instelling van een gor Rijk, aan het eind van deze kabinetsperiode. Maar wat dan tot die tijd te doen met actuele rijksbrede onderwerpen waarover formeel medezeggenschap moet plaatsvinden.
Zal de oprichting van een gor Rijk die nu werkelijk tegengaan? Ja, vindt de werkgroep unaniem. Over de kaders van het beleid hoeft straks niet meer op elk afzonderlijk departement gesproken te worden. Bovendien kan de procesregierol van de nieuwe gor zorgen voor transparantie en duidelijkheid. Juist de onduidelijkheid over proces en mandaat leidde tot onnodig overleg.












