Tijdens zijn piketdienst op 8 juni 2010 om 03.00 's nachts lost Johan Tins een storing op aan een complexe productielijn in een glasfabriek. Na de succesvolle reparatie stelt hij voor om direct preventief een onderdeel te vervangen. Een logisch initiatief, aldus Tins, want: "In het bedrijf kijken we na een storing altijd wat we alvast preventief aan de machine kunnen doen."
Elders in de productielijn zijn collega's bezig met het testen van een andere reparatie. Tins weet dat. Wat hij niet weet, is dat de testrun nieuwe problemen aan het licht brengt en zijn collega's dus nog niet klaar zijn met testen. Terwijl hij samen met zijn directe collega in de machine staat, worden de transportrollen opnieuw geactiveerd. Gevolg: een gigantisch glasblad dendert op hen af. Een duidelijk geval van miscommunicatie.
De collega kan door zijn positie aan de zijkant van de machine ontsnappen, maar Tins wordt, staande tussen 2 transportrollen, vol geraakt door de enorme glasplaat. "Doordat ik een slagaderlijke bloeding heb, voel ik letterlijk het leven uit me wegvloeien." Alleen dankzij zijn nabijheid tot de controlekamer en zijn noodkreten kan erger worden voorkomen. Toch zijn de verwondingen desastreus.
Veiligheid is altijd alert blijven
Een ongeluk als dit lijkt op het eerste gezicht een aaneenschakeling van onwaarschijnlijke toevalligheden. Toch blijkt uit alles wat Tins vertelt: bekijk je processen, communicatie en veiligheidscultuur niet voortdurend met een kritisch oog, dan ligt een ongeval altijd op de loer.
Tins' ervaring maakt pijnlijk duidelijk dat systemen alleen niet genoeg zijn. Veiligheid vraagt elke dag om bewuste aandacht, júist bij routineklussen en in ogenschijnlijk rustige periodes. "We waren trots op acht jaar ongevalsvrij. Maar misschien waren we daardoor juist blind geworden."
Acht jaar zonder noemenswaardige incidenten gaf een gevoel van onaantastbaarheid. Daardoor werd routine een onzichtbaar gevaar. Tins benadrukt hoe een cultuur van succes paradoxaal genoeg kan leiden tot verslapping. "We waanden ons veilig omdat er al zo lang niets was gebeurd. Maar juist dan moet je extra scherp blijven."
Het ongeval herbeleefd
Fysieke gevolgen: lichaam werkt niet meer mee

In het ziekenhuis begint voor Tins een lange en pijnlijke reis naar herstel. "Ik moet opnieuw leren lopen, tegelijk met mijn dochtertje dat net haar eerste stapjes zet." Tins krijgt handrevalidatie, moet zijn spieren opnieuw opbouwen en kleine handelingen zoals tandenpoetsen weer vanaf nul aanleren.
Hoewel hij fysiek zwaar getroffen is, toont Tins een bewonderenswaardige mentale weerbaarheid. "Fysiek voel ik mij niet eens zo beperkt, maar dat is misschien juist het probleem. Hierbij speelt compensatiegedrag een rol: ik heb onbewust foefjes aangeleerd om dingen wel te kunnen. Bovendien weet ik dat ik in de toekomst artrose ga ontwikkelen."
Mentale gevolgen: kracht en kwetsbaarheid
De grootste tegenslag komt na een jaar intensieve revalidatie, als blijkt dat de zenuw in zijn hand niet is hersteld. De diagnose is onverbiddelijk: blijvend letsel. De fijne motoriek in zijn hand zal nooit meer volledig terugkeren. "Ik had altijd het gevoel dat het wel goed zou komen. Maar toen ik hoorde dat mijn handfunctie niet zou verbeteren, viel dat geloof ineens weg."
Er volgden moeilijke momenten waarin frustratie en verdriet de overhand namen. "Je duim is je belangrijkste gereedschap, die heb je voor je handgebruik altijd nodig. Dat was wel een reality check. Toen ik hoorde dat ik nooit meer monteur zou kunnen zijn, voelde dat als de doodssteek. Het heeft lang geduurd voordat ik mij hierbij neer kon leggen, het blijvend letsel kon accepteren."
Ook het slepende juridische traject rondom de letselschade brengt Tins in een kwetsbare en mentaal zware positie. Dat proces duurt 10 jaar.
"Het proces maakte mij slachtoffer in het kwadraat. Het dreef me tot wanhoop. Zo diep, dat ik een posttraumatische-stressstoornis (PTSS) leek te hebben. Uiteindelijk bleek het zware overspannenheid. Buiten beide advocaten om heeft mijn werkgever uiteindelijk de verzekeraar tot een akkoord gedwongen. Daar ben ik hem tot de dag van vandaag dankbaar voor. Vanaf dat moment kon ook mijn mentale herstel beginnen."
Sociale gevolgen: verlies van aansluiting
Vier jaar na zijn arbeidsongeval sluit de fabriek waar Tins nog steeds op de loonlijst staat. Hij krijgt sollicitatieplicht. Aan motivatie ontbreekt het hem niet: bij vrijwel iedere sollicitatie wordt hij uitgenodigd voor een gesprek en vaak zelfs voor meerdere rondes. Toch loopt het telkens stuk zodra hij eerlijk vertelt over zijn letsel.
"Een werkgever durft het vaak niet aan om iemand met een beperking in dienst te nemen", concludeert hij. De afwijzingen zijn telkens een harde confrontatie met zijn nieuwe werkelijkheid. Uiteindelijk komt Tins na een herkeuring terecht in de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA). Het sociale isolement dat daarop volgde, raakt hem nog steeds.
"In een normaal gesprek gaat het al snel over werk. Dan moet ik uitleggen dat ik huisvader ben – tenminste, dat is het makkelijkste antwoord." De afstand tot de arbeidsmarkt betekent ook afstand tot sociale vanzelfsprekendheden: meedoen, ergens bij horen, trots kunnen zijn op wat je doet. Tins probeert dit probleem via gesprekken met het UWV op de kaart te zetten, maar noemt dat proces "moeizaam".
Leven na een arbeidsongeval
Hoewel zijn doel om monteur te blijven niet haalbaar bleek, vond Tins langzaam een nieuwe roeping. Door zijn verhaal te delen wil hij bijdragen aan meer veiligheid op de werkvloer. Hij ziet zichzelf als ervaringsdeskundige: iemand die door zijn persoonlijke ervaring een brug slaat tussen beleid en praktijk. "Ik had geluk bij een ongeluk. Dat geluk wil ik vermenigvuldigen door mijn verhaal te vertellen."
Met zijn inzet hoopt hij toekomstige arbeidsongevallen te voorkomen – door zijn pijnlijke lessen om te zetten in waardevolle inzichten voor anderen.












