Jurisprudentie: Schiphol niet aansprakelijk voor schade werknemer door zware arbeidsomstandigheden

Schiphol is als exploitant van de luchthaven niet aansprakelijk voor de schade die een werknemer van een grondafhandelingsbedrijf heeft geleden door de zware arbeidsomstandigheden. Kantonrechter en - in hoger beroep - het hof komen tot hetzelfde oordeel.

Jurisprudentie: Schiphol niet aansprakelijk voor schade werknemer door zware arbeidsomstandigheden
Beeld: Shutterstock

Een werknemer verricht sinds 2007 werkzaamheden op luchthaven Schiphol. Eerst als medewerker bagageafhandeling in dienst bij bedrijf 1, vanaf eind 2010 als medewerker Ramp Handling in dienst van bedrijf 2. Die afdeling verzorgt het laden en lossen van vrachtvliegtuigen. Beide bedrijven zijn grondafhandelingsbedrijven. Zij verzorgen in opdracht van de luchtvaartmaatschappijen op Schiphol onder meer de bagageafhandeling en afhandeling van luchtvracht (cargo).

Op 20 augustus 2017 meldt de werknemer zich ziek bij bedrijf 2 wegens ernstige rugklachten. In verband met een WIA-beoordeling, twee jaar later, verklaart het UWV de werknemer voor 100% arbeidsongeschikt.

Aansprakelijkstelling bedrijf 2 en later Schiphol

De werknemer stelt bedrijf 2 aansprakelijk voor schade die hij heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. In april 2022 sluit hij een vaststellingsovereenkomst (VSO) met de aansprakelijkheidsverzekeraar van bedrijf 2.

In september 2022 besteden diverse landelijke media aandacht aan de slechte arbeidsomstandigheden bij de grondafhandelingsbedrijven op Schiphol. Daarna stelt de werknemer Schiphol aansprakelijk voor de schade die hij lijdt als gevolg van zijn arbeidsongeval/beroepsziekte.

Schiphol erkent geen aansprakelijkheid. De werknemer start daarom een procedure voor de kantonrechter waarin hij zijn schade op Schiphol probeert te verhalen. De kantonrechter oordeelt dat Schiphol niet aansprakelijk is tegenover de werknemer en wijst de vorderingen tot schadevergoeding af. Daarop gaat de werknemer in hoger beroep.

Werkgever: Schiphol schiet tekort in zorgplicht

De werknemer stelt dat Schiphol op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk is, omdat de luchthaven tekort is geschoten in diens plicht om een veilige werkomgeving te waarborgen. Schiphol wist of had moeten weten dat werknemers schade zouden oplopen door onvoldoende controle en handhaving, focus op lage kosten en het toestaan van concurrentie.

Het hof oordeelt dat de verantwoordelijkheid voor veilige arbeidsomstandigheden primair ligt bij de werkgever en de Arbeidsinspectie. Op Schiphol rust geen wettelijke verplichting om de arbeidsomstandigheden van de werknemer te controleren of naleving van arbovoorschriften te waarborgen.

De regelingen die de werknemer aanhaalt gaan over algemene veiligheid en bevatten geen concrete verplichtingen voor Schiphol. De stelling van de werknemer dat Schiphol een gevaarlijke situatie creëerde door concurrentie toe te laten, faalt. Beperking van grondafhandelaren is een bevoegdheid van de minister. Verder blijkt dat Schiphol geen invloed had op prijzen of werkwijzen.

Werkgever: concurrentie leidt tot onveilig werk

De werknemer stelt dat Schiphol door het toelaten van veel afhandelaren moordende concurrentie creëerde. Daardoor waren bedrijven gedwongen zo goedkoop mogelijk te werken, wat ten koste ging van de arbeidsomstandigheden. Hiervan zou Schiphol financieel hebben geprofiteerd.

Ook deze stelling verwerpt het hof: het leerstuk van profiteren van wanprestatie (onder andere het Pos/Van den Bosch-arrest) vindt slechts onder bijzondere omstandigheden toepassing. De luchtvaartmaatschappijen sluiten de contracten met afhandelaren, niet Schiphol. Het toestaan van concurrentie is op zichzelf niet onrechtmatig en leidt niet stelselmatig tot slechte arbeidsomstandigheden.

Werkgever: verhouding werkgever-werknemer

De werknemer doet tot slot een beroep op artikel 7:658 lid 4 BW, dat ziet op de verhouding tussen werkgever en werknemer. Maar de werknemer was géén werknemer van Schiphol. Daarom kan Schiphol niet worden aangemerkt als onderneming die hem arbeid liet verrichten, noch feitelijke zeggenschap of instructiebevoegdheid had. Ook gebruikte de werknemer geen materialen van Schiphol. Het is dus niet mogelijk dit artikel toe te passen.

Eindoordeel hof: Schiphol is niet aansprakelijk

Al met al komt het hof tot de conclusie dat er geen gronden bestaan om Schiphol aansprakelijk te achten. Er zijn geen aanwijzingen dat Schiphol een businessmodel hanteerde dat slechte arbeidsomstandigheden creëerde, bevorderde of in stand hield. Schiphol is dus niet tekortgeschoten in diens verplichtingen tegenover de werknemer. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.

Nawoord

In de kern gaat deze zaak over het volgende. Is Schiphol als exploitant van de luchthaven – naast de werkgever – aansprakelijk voor schade van de werknemer, opgelopen door te zware/onveilige arbeidsomstandigheden bij de werkgever? Partijen zijn het erover eens dat de arbeidsomstandigheden bij de grondafhandelingsbedrijven in algemene zin ondermaats zijn.

Het staat verder vast dat het werk bij de bagage- en luchtvrachtafhandeling fysiek zwaar is. Daardoor bestaat een reëel risico op chronische gezondheidsklachten met langdurige of blijvende gezondheidsschade tot gevolg. Ook betwist Schiphol niet hiermee al lange tijd bekend te zijn. Maar omdat de werknemer niet in dienst was van Schiphol wijst ook het hof zijn vorderingen tot schadevergoeding af.

Bron: Gerechtshof Amsterdam, 16 december 2025 – ECLI:NL:GHAMS:2025:3601

Pauline heeft haar eigen juridisch adviesbureau. Ze is werkzaam als zelfstandig jurist en redacteur op het gebied van arbeidsrecht, sociale zekerheid en medezeggenschap.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.