Behandeling adviesaanvraag

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Stap 1
De ondernemingsraad zal in de eerste plaats kijken of hij over voldoende informatie beschikt om zich een beeld te vormen van de kwestie. De aanvraag wordt daartoe getoetst aan de wettelijke eisen. Het resultaat is mogelijk enkele extra vragen aan de indiener. Blijft de directie in gebreke, dan kan de OR feitelijk geen advies uitbrengen en kan de directie evenmin een definitief besluit nemen.

Stap 2
Ook als de aanvraag met eventuele aanvullingen de toets van artikel 25 doorstaat, is er grote kans dat de ondernemingsraad behoefte heeft aan extra informatie. Waarom zijn deze keuzes gemaakt; is er ook nagedacht over een alternatief; wat betekent dit voor die andere afdeling? In plaats van deze vragen tijdens het overleg te stellen en de directie daarmee uit te nodigen tot lange en enthousiaste monologen, is het beter deze vragen tevoren schriftelijk voor te leggen en te laten beantwoorden.

Stap 3
Intussen groeit er een steeds beter beeld over de (on)wenselijkheid voor het voorgenomen besluit en de daarin voorgestelde maatregelen. Nu wordt het tijd voor een overlegvergadering rond het voorgenomen besluit. Partijen wisselen daar hun visies, verwachtingen, zorgen en ideeën uit en proberen op één lijn te komen. Als de OR slechte kanten aan het plan ziet, probeert hij de directie met argumenten te overtuigen. Vaak zijn er meerdere overlegvergaderingen nodig voordat de raad aan zijn uiteindelijk advies toe is. De ondernemingsraad moet zich niet laten verleiden tot een overhaast besluit.

Stap 4
Als het overleg niets nieuws meer oplevert, gaat de raad over tot een definitieve standpuntbepaling: het schriftelijke advies. Veel ondernemingsraden denken dat het advies ‘positief’ of ‘negatief’ moet zijn, al dan niet voorzien van nadere voorwaarden. Dat mag wel, maar het hoeft niet. Sterker is het zogenaamde inhoudelijke advies. De OR laat daarbij de directie gedetailleerd weten wat hij van zijn plan vindt. Zo’n advies dwingt de directie tot een – eveneens schriftelijke – beargumenteerde reactie op elk punt uit het advies dat hij niet overneemt.

Stap 5
De directie moet de OR laten weten wat zij met het advies doet. Als zij het advies geheel of op onderdelen naast zich neer legt, moet ze de uitvoering van het besluit één maand uitstellen. Deze maand is bedoeld om de raad in staat te stellen desgewenst beroep aan te tekenen tegen het doorgedrukte besluit. De OR heeft deze tijd hard nodig voor het raadplegen van deskundigen en zonodig nog een overleg met de directie, om te kijken of deze werkelijk niet tot andere gedachten te brengen is. Als tevoren duidelijk is dat er geen beroep zal worden aangetekend, kan de ondernemingsraad afzien van de opschortingstermijn.
 

Zie ook:
Zeventien tips over het adviesrecht

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.