In de Amsterdamse haven dreigt de economische motor te haperen. Netcongestie zorgt ervoor dat op sommige plekken aansluitingen weliswaar fysiek worden gerealiseerd, maar er geen stroom wordt geleverd. Netcongestie is in de Amsterdamse haven al jaren een sluimerend issue, vertelt Paul Wortelboer, werkzaam als manager bij Forkliftcenter en bestuurslid van Energie Coöperatie Amsterdamse Haven (ECAH).
“Voor Forkliftcenter werd dat afgelopen jaar heel concreet en urgent. We hebben uitbreidingsplannen op een naastgelegen perceel en deden een aanvraag voor een nieuwe aansluiting van 2 MVA. Maar al snel kregen we van Liander te horen dat het benodigde vermogen op korte termijn niet geleverd kon worden. Liander gaf aan dat de aansluiting wel kan worden gerealiseerd, maar dat er geen stroom doorheen komt. Dat is natuurlijk niet wat je verwacht in Nederland.”
Capaciteit verhoogd
In plaats van in de stress te schieten, schakelde Forkliftcenter meteen door naar plan B. Wortelboer: “We hebben toen de capaciteit voor ons bestaande pand verhoogd. Die extra stroomcapaciteit is toegezegd, op basis van ons individuele capaciteitsbeperkingscontract (CBC). Daarmee kunnen we onze nieuwbouw in de eerste periode voeden vanuit het oude pand, via een kabel. Op termijn, we verwachten volgend jaar, is het net voldoende verzwaard en krijgen we alsnog de gevraagde capaciteit voor de nieuwbouw.”
Coöperatie opgericht
Die pragmatische houding kenmerkt de aanpak van veel bedrijven in het Amsterdamse havengebied. Toch realiseren steeds meer ondernemers zich dat ze dit probleem niet alleen kunnen oplossen. Daarom is de ECAH opgericht: een coöperatie van inmiddels 35 bedrijven die collectief naar oplossingen zoekt voor netcongestie.
Een eerste stap was: elkaar leren kennen, vertelt Wortelboer. “Veel bedrijven zitten vlak bij elkaar, maar hadden nauwelijks contact. We hebben als bestuur daarom ingezet op kennisdeling en ontmoeting. Je moet elkaar aardig vinden om samen iets te willen bouwen.”
Dat leidde tot een concreet eerste project: inzicht krijgen in het stroomverbruik en de pieken van de aangesloten bedrijven. ECAH liet een digitale tool ontwikkelen waarmee het stroomverbruik ‘realtime’ kan worden gemonitord via een dashboard.

Slim afschakelen
Parallel daaraan startte de coöperatie driekwart jaar geleden met Firan, Entrnce (beide dochterbedrijven van Liander) en het Shared Energy Platform een pilot met een aantal bedrijven in een deelgebied van de Amsterdamse haven. Gericht op het ontwikkelen van een ‘energy hub platform’. Wortelboer: “Via het platform kunnen op afstand automatisch bepaalde assets worden bij- of afgeschakeld op piekmomenten wanneer de netbeheerder dat van ons als collectief vraagt.” Welke bedrijven deelnemen wil hij niet zeggen, maar het gaat om serieuze ondernemingen zoals koelhuizen en grote overslagbedrijven.
De pilot blijkt succesvol. “Er is nog geen moment geweest waarop we moesten afschakelen. Maar als het nodig is, kunnen we het op de minuut nauwkeurig. De pieken zijn onder de afgesproken grens gebleven. Dat betekent niet dat het probleem er niet is, maar we zijn door de samenwerking wel veel robuuster geworden. En we zijn klaar voor de toekomst, waarin netcongestie nog urgenter wordt.”
Flexibel groepscontract met Liander
De basis onder dit succes is het groeps-CBC: een flexibel groepscontract met netbeheerder Liander, waarvan de coöperatie er inmiddels drie heeft afgesloten. Hiermee kunnen de bedrijven binnen het collectief hun piekbelasting herverdelen. “Daarmee waren we de eerste in Nederland”, zegt Wortelboer. “Het contract is juridisch volledig dichtgetimmerd. Het geeft bedrijven ruimte om met elkaar afspraken te maken over piekverbruik.”
Die flexibiliteit maakt het ook mogelijk om energie uit eigen opwekking - zoals zonnepanelen - beter te benutten. “Sommige bedrijven hebben wel 6.000 à 7.000 pv-panelen op hun daken liggen, maar ze kunnen die stroom steeds moeilijker kwijt. Hoe mooi zou het zijn als je dat direct naar de buren kunt sturen?”

Van meten naar opslaan
De coöperatie denkt inmiddels verder dan alleen slimme sturing. “De volgende stappen zijn gericht op het onderling afstemmen van stroomopwek, -gebruik en -opslag. Ook richten we ons op de herverdeling van het gebruik van het net”, zegt Wortelboer. “We kijken naar de inzet van megabatterijen om pieken op te vangen en de stroom lokaal op te slaan.”
Daarnaast wil ECAH meer bedrijven aansluiten op het netwerk en de pilot opschalen naar operationeel niveau. “Deelnemers voelen zich gehoord en gezien, mede dankzij de inzet van een community manager, die we onlangs hebben aangesteld. Die zorgt ervoor dat iedereen betrokken blijft. Want wij als bestuursleden hebben ook ons dagelijkse werk en kunnen dit er niet altijd bij doen.”
Voorbeeld voor Nederland
Het succes van ECAH blijft niet onopgemerkt. Wortelboer: “We krijgen veel telefoontjes van andere bedrijventerreinen die ook zo’n aanpak willen. Als we betaald zouden worden per aanvraag, zouden we er een flinke boterham aan kunnen verdienen.”
Toch ziet hij ook een bredere verantwoordelijkheid. “Er is nu te weinig landelijke coördinatie. Overal worden pilots gedaan, maar er is veel dubbel werk. Het zou goed zijn als grote energiecoöperaties voor bedrijven(terreinen) - zoals wij en bijvoorbeeld op Schiphol - de koppen bij elkaar steken. Zodat we kennis kunnen delen en niet telkens het wiel hoeven uit te vinden.”
Voor Wortelboer is het inmiddels wel duidelijk dat het collectief werkt. “Als Forkliftcenter hadden we een serieus probleem gehad zonder dit CBC en zonder de coöperatie. Maar nu kunnen we bouwen, uitbreiden en leveren, omdat we samenwerken. De tijd dat elk bedrijf zijn eigen boontjes dopt is voorbij.” En dat is misschien wel de grootste winst: een nieuw energiebewustzijn in het hart van de Amsterdamse haven.













