Omdat het genomen besluit in strijd is met de afspraken, tekent de ondernemingsraad beroep aan bij de Ondernemingskamer. Het beroep is zowel gericht tegen Novio als Connexxion.
Ondernemingskamer
De OK is van mening dat Connexxion als mede-ondernemer is te beschouwen. Daarbij is onder meer van belang dat:
- de bestuurder van Novio afkomstig is van Connexxion;
- Connexxion één van de partijen is die de overeenkomst met de or heeft gesloten;
- Connexxion de aandelen Novio heeft gekocht;
- belangrijke correspondentie op briefpapier van Connexxion werd gevoerd of namens Novio werd ondertekend door iemand van Connexxion, zo ook de adviesaanvraag.
De OK overweegt dat met de gemaakte afspraken het perspectief is gegeven dat Novio daadwerkelijk als zelfstandige rechtspersoon het ‘KAN-bedrijf’ zou voeren, Geleidelijk aan is Connexxion echter van dat voornemen teruggekomen. Zij heeft dat vervolgens niet tijdig en behoorlijk aan or Novio duidelijk gemaakt. De OK is van oordeel, dat Connexxion/Novio juist door geen helderheid te verschaffen en in plaats daarvan steeds te bevestigen dat de afspraak zou worden nageleefd, de or op het verkeerde been heeft gezet. Daardoor is de or niet in de gelegenheid geweest af te wegen in hoeverre Connexxion als gevolg van eventueel gewijzigde omstandigheden in redelijkheid van het voornemen kon terugkomen. Dit brengt mee dat Connexxion/Novio bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet tot het besluit hebben kunnen komen. De ondernemers worden echter niet verplicht het besluit ongedaan te maken. De OK vindt het niet onaannemelijk dat de concessie, waar het besluit betrekking op heeft, niet aan Novio zou zijn gegund indien Novio het vervoer in het gebied geheel zelfstandig conform de afspraak en dus zonder onderaanneming zou hebben willen uitvoeren.
Commentaar
Als binnen een concern het moederbedrijf zich stelselmatig met de bedrijfsvoering van de dochter bemoeit, dan kan de ondernemingsraad van de dochter ook het moederbedrijf in een procedure aanspreken als mede-ondernemer.
In deze beschikking zijn omstandigheden aangegeven wanneer er van mede-ondernemerschap sprake kan zijn. Wat verder opvalt is dat de Ondernemingskamer niet zelf heeft getoetst of er sprake is geweest van nieuwe omstandigheden die maken dat de ondernemer niet meer aan de in het verleden gemaakte afspraken is gehouden, hoewel het gaat om een besluit dat afwijkt van de in het verleden gemaakte afspraken. De Ondernemingskamer vindt dat de ondernemer nog meer aan de ondernemingsraad had moeten duidelijk maken waarom er sprake zou zijn van nieuwe omstandigheden. In dat licht mocht het besluit zo niet genomen worden. Maar de Ondernemingskamer laat de uitvoering van het besluit echter in stand. Daarmee geeft de rechtsinstantie indirect aan dat de afspraken uit verleden blijkbaar niet zo zwaar wegen dat ze ook feitelijk moeten worden nagekomen.












